Aansluitende uitkering

Artikel 5.4.12 Aanspraak aansluitende uitkering

  1. De aansluitende uitkering compenseert de wijzigingen in de opbouw en de duur van de uitkering op grond van de Werkloosheidswet (hierna ook: de wettelijke uitkering) per 1 januari 2016.
  2. De ex-werknemer die de aanvullende uitkering krijgt, ontvangt ook een aansluitende uitkering. Dit geldt niet voor situaties zoals bedoeld in artikel 5.4.10 en 5.4.11, als de uitkomst van de formule, zoals vermeld in artikel 5.4.15, hoger is dan 0.
  3. Naast het bepaalde in lid 2 van dit artikel, ontstaat geen recht op een aansluitende uitkering, als de wettelijke uitkering of aanvullende uitkering eindigt vóór aanvang van de aansluitende uitkering.
  4. Als door dit artikel recht ontstaat op de aansluitende uitkering, duurt de aanvullende uitkering van de ex-werknemer, zoals bedoeld in artikel 5.4.7 en verder, tot aan het einde van de aansluitende uitkering.

Artikel 5.4.13 Hoogte van de aansluitende uitkering

De hoogte van de aansluitende uitkering wordt bepaald volgens de dagloonbepalingen van de Werkloosheidswet.

Artikel 5.4.14 Arbeidsverleden

Met het arbeidsverleden wordt bedoeld het arbeidsverleden dat volgens de Werkloosheidswet geldt en meetelt voor de duur van de wettelijke uitkering.

Artikel 5.4.15 Duur van de aansluitende uitkering

De duur van de aansluitende uitkering wordt bepaald met de volgende formule: A – B = Duur aansluitende uitkering.

In deze formule is:

A: 1 maand per volledig jaar arbeidsverleden van de werknemer tot een maximum van 38 maanden;

B: de maximale duur van de WW- uitkering op basis van het arbeidsverleden van de werknemer

Artikel 5.4.16 Begin van de aansluitende uitkering

De ex-werknemer ontvangt de aansluitende uitkering na de wettelijke uitkering waarop de ex-werknemer recht heeft.

Artikel 5.4.17 Remplaçant

  1. Een werknemer kan aangeven als remplaçant voor ontslag op grond van artikel 7:669 lid 3 sub a BW in aanmerking te willen komen. Het gevolg hiervan kan zijn dat het UWV de WW-uitkering als sanctie geheel of gedeeltelijk weigert. Als dit zich voordoet, dan kent de werkgever een aanvulling op de WW-uitkering toe tot het bedrag waarop de werknemer recht zou hebben gehad als hij niet te kennen zou hebben gegeven voor ontslag in aanmerking te willen komen.
  2. De uitkering bedoeld in lid 1 wordt, als aan de voorwaarden van artikel 5.4.7 wordt voldaan, aangevuld met een aanvullende uitkering. Op deze uitkering zijn de bepalingen van de Werkloosheidswet van toepassing. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de uitkering uit lid 1 gelijkgesteld met een WW-uitkering.

Artikel 5.4.18 Overlijdensuitkering

  1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ex-werknemer die aanspraak heeft op een aanvullende respectievelijk een aansluitende uitkering zoals bedoeld in deze paragraaf, of een aanvulling zoals bedoeld in artikel 5.4.10 of artikel 5.4.11, krijgen de nabestaanden een overlijdensuitkering. Deze overlijdensuitkering bedraagt 100% van de berekeningsgrondslag zoals vermeld in artikel 5.4.8, berekend over een periode van 3 maanden.
  2. Op deze overlijdensuitkering worden andere betalingen in mindering gebracht. Het gaat hier om betalingen waarop de nabestaanden recht hebben volgens een andere bepaling uit deze cao, of volgens een andere wettelijke of vrijwillige verzekering (tegen bijvoorbeeld ziekte, arbeidsongeschiktheid, of onvrijwillige werkloosheid).