6.1.5 Re-integratie–inspanning en passende arbeid

  1. Na 6 maanden ziekte wordt een transferbudget van tenminste € 5.000 aan het persoonsgebonden basis budget (PBB) toegevoegd. Dit bedrag kan de werknemer inzetten voor maatregelen die de gezondheid en vitaliteit bevorderen en voor ontwikkeling en loopbaanondersteuning.
  2. De werkgever en de werknemer leggen vast welke instrumenten worden ingezet. Het instrumentarium vanuit activerend personeelsbeleid wordt daarbij gebruikt.
  3. Als de werknemer door ziekte zijn functie niet kan uitvoeren, dan zal de werkgever zich maximaal inspannen om de werknemer, passende arbeid aan te bieden. Dit alles binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid.
  4. Als het UWV voor de werknemer uit het lid 1 een mate van arbeidsongeschiktheid van tussen de 35% en 80% vaststelt, dan zijn de inspanningen van de werkgever er op gericht om passende arbeid aan te bieden waardoor de werknemer minimaal 50% van zijn restverdiencapaciteit benut.
  5. Na 18 maanden ziekte krijgt de werknemer nogmaals de beschikking over een volledig transferbudget van tenminste € 5.000 om in te zetten voor ontwikkeling en loopbaanondersteuning.