Geschillen
In de cao Werken voor waterschappen zijn afspraken gemaakt over de situatie dat een werknemer en zijn leidinggevende van mening verschillen over de uitvoering van de cao.
Bij een meningsverschil proberen de werknemer en zijn leidinggevende er eerst gezamenlijk uit te komen zonder dat er meteen sprake is van een klacht, conflict of mogelijk juridisch geschil. Niet elk meningsverschil is meteen een geschil, van mening verschillen mag.
De werknemer en zijn leidinggevende kunnen zelf het beste bepalen op welke wijze zij samenwerken aan een oplossing. Dit is maatwerk waarbij bijvoorbeeld bemiddeling of mediation ingezet kan worden. Ook kan er gekozen worden voor een andere werkwijze zoals een gesprek met een andere (naast hogere) leidinggevende.
Wanneer kun je naar de geschillencommissie?
Als de werknemer en zijn leidinggevende van mening blijven verschillen, en er ook met hulp niet uitkomen, dan kunnen zij naar de sectorale Geschillencommissie. Deze Geschillencommissie is (opnieuw) ingesteld vanaf 1 juli 2026.
De werknemer en de werkgever kunnen de Geschillencommissie om een (niet-)bindende uitspraak vragen over de individuele toepassing van de cao Werken voor waterschappen. Deze uitspraak betreft een zwaarwegend advies. Als beide partijen dat willen kan de Geschillencommissie ook een bindende uitspraak doen (arbitrage).
De Geschillencommissie gaat niet over ontslagzaken. In deze gevallen zijn het UWV en de kantonrechter bevoegd.
Samenstelling
De geschillencommissie bestaat uit een onafhankelijk voorzitter, een lid namens de werkgevers en een lid namens de vakbonden. Ook zijn er plaatsvervangende leden namens de werkgevers en de vakbonden.
Onafhankelijk voorzitter: Ben Abbing
Lid namens werkgevers: Frank Petit
Lid namens vakbonden: Albert van Kampen
Plaatsvervangende leden namens werkgevers: Henk Vrielink
Plaatsvervangend lid namens vakbonden: Renske Uhlenbusch en Pieter Bots
Procedure
Als de werknemer wil dat de geschillencommissie een uitspraak doet, dan moet hij binnen 4 weken nadat de werkgever zijn beslissing heeft genomen of binnen 4 weken nadat de handeling van de werkgever waartegen het geschil zich richt heeft plaatsgevonden, het geschil schriftelijk bij de geschillencommissie indienen. Deze kan ook “voorlopig” (pro-forma) worden ingediend, terwijl de werknemer samen met zijn leidinggevende probeert het geschil op te lossen.
Als de geschillencommissie een geschil ontvangt, toetst zij eerst of het geschil voldoet aan de voorwaarden voor “ontvankelijkheid” om het geschil in behandeling te kunnen nemen. Als de commissie heeft besloten een geschil in behandeling te nemen, informeert zij de werkgever over het geschil en zowel de werkgever als de werknemer over de wijze waarop en de termijn waarbinnen het geschil zal worden behandeld.
De commissie organiseert een hoorzitting waarover de werknemer en de werkgever tenminste 2 weken voor de hoorzitting bericht ontvangen met informatie over de datum, het tijdstip en de locatie. Ook worden de werkgever en de werknemer geïnformeerd over wie bij de hoorzitting aanwezig zullen zijn.
De commissie brengt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval bij een hoorzitting binnen 4 weken na de hoorzitting, schriftelijk advies of de arbitrage-uitspraak uit aan de werkgever. Als een hoorzitting heeft plaatsgevonden, wordt het verslag van de hoorzitting gehecht aan het advies of de arbitrage-uitspraak. Een afschrift van dit advies of de arbitrage-uitspraak, inclusief het verslag, wordt tegelijkertijd naar de werknemer gestuurd.
Geschillen kunnen schriftelijk worden gestuurd naar: geschillenvwvw@leeuwendaal.nl.
Alle uitgebrachte adviezen zijn terug te vinden in het Archief onder Overige documenten.