6.2.3 Uitkering bij ziekte en arbeidsongeschiktheid ontstaan voor ontslag

  1. De ex-werknemer die:
    a. geen recht heeft op het bepaalde in artikel 5.4.6 tot en met 5.4.17 over de WW periode; en
    b. door ziekte, ontstaan voor de datum van ingang van zijn ontslag, daarna nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen en daarom een uitkering volgens de Ziektewet ontvangt;

    heeft recht op een aanvullende uitkering tot uiterlijk 52 weken na aanvang van zijn ongeschiktheid. Deze aanvullende uitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering die de werknemer volgens artikel 5.4.17 zou hebben ontvangen als dit voor hem zou gelden.
  2. Voor de aanvulling op de uitkering volgens de Ziektewet geldt het verplichtingen– en sanctieregime van de Ziektewet.
  3. Dit artikel geldt niet voor de ex-werknemer die op of na het tijdstip van zijn ontslag in verband met het aanvaarden van een functie van minimaal dezelfde omvang als die waaruit hij is ontslagen, recht heeft op salaris of op een uitkering volgens de Ziektewet of een soortgelijke wettelijke regeling.