ga naar de hoofdinhoud

7.4 Regeling Vervroegd Uittreden RVU

  1. De werknemer kan deelnemen aan de RVU als hij: 

    a. maximaal 2 jaar na de ingangsdatum van zijn deelname aan de RVU, de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, en; 

    b. zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd op de ingangsdatum onder a, en; 

    c. op de ingangsdatum 41 jaar in dienst is geweest van een bij het ABP aangesloten werkgever waarvan de laatste 10 jaar van een werkgever in de sector waterschappen.

  2. Als de werknemer op 31 december 2025 over maximaal twee jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, kan de werknemer deelnemen aan de RVU als hij in 2026 en 2027 aan de voorwaarden voldoet. Voorwaarde is dat de afspraak over deelname aan de RVU uiterlijk 31 december 2025 wordt vastgelegd. Deelname aan de RVU duurt maximaal 2 jaar. 
  3. De werknemer heeft tijdens zijn deelname aan de RVU recht op een maandelijkse uitkering gelijk aan de fiscale drempelvrijstelling voor de RVU naar rato van de arbeidsduur tijdens het dienstverband.
  4. De werknemer en de werkgever kunnen individuele aanvullende en afwijkende afspraken maken.
  5. Als de werknemer tijdens zijn deelname aan de RVU overlijdt, stopt de uitkering in lid 3. De nabestaanden in de zin van artikel 7:674 lid 2 BW hebben recht op 3 keer de uitkering in lid 3.
  6. Deelname aan de RVU stopt als de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.