Dekkingsgraad ABP stijgt verder

Ondanks dalende beleggingsopbrengsten verbetert de financiële situatie van ABP

In het tweede kwartaal van 2022 stijgt de actuele dekkingsgraad van ABP met 5,3% naar 122,7%. De toename komt, net als in het eerste kwartaal, voornamelijk op het conto van de rentestijging, waardoor het fonds veel minder geld in kas (-€56 miljard) hoeft te hebben om alle huidige en toekomstige pensioenen te kunnen uitkeren. Dat maakt het verlies op de beleggingen (-€44 miljard) meer dan goed. Omdat de actuele dekkingsgraad omhoog gaat, stijgt ook de beleidsdekkingsgraad naar 111,6%.

Paradox

De voortdurende coronapandemie en de oorlog in Oekraïne hebben nog steeds een slechte invloed op de financiële markten. ABP boekt in het tweede kwartaal van 2022 dan ook een negatief rendement van -8,4% (-€44,3 miljard). Over het eerste half jaar van 2022 bedraagt het rendement -11,9% (-€65,7 miljard). De rekenrente stijgt echter in het tweede kwartaal met 0,9%-punt (van 1,1% naar 2,0%). De impact op de waarde van de pensioenen die ABP nu en in de toekomst moet uitkeren, is gedaald van €452 miljard eind maart 2022 naar €396 miljard eind juni 2022.

Als de rente stijgt, hoeft een pensioenfonds minder in kas te houden om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Dat betekent dat ondanks de negatieve rendementen op de beleggingen en de daling van het vermogen van het pensioenfonds, de dekkingsgraad toch is gestegen en daarom de pensioenen in juli 2022 verhoogd konden worden. Dit in tegenstelling tot de afgelopen jaren waarin hoge rendementen op de beleggingen en dus een stijging van het fondsvermogen gepaard gingen met een daling van de rente waardoor de pensioenen niet verhoogd konden worden en zelfs een korting van de pensioenen dreigde.

Indexatie pensioenen

Met ingang van 1 juli 2022 zijn de pensioenen en de pensioenaanspraken verhoogd met 2,39%. Gepensioneerden ontvangen in juli ook nog een nabetaling van 1,2% over de eerste zes maanden van 2022. Eind dit jaar beoordeelt ABP of de pensioenen in 2023 verhoogd kunnen worden. Daarbij kijkt het fonds naar de financiële positie van eind oktober en de prijsstijging tussen september 2021 en september 2022, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van alle groepen deelnemers. Het bestuur bepaalt welke eventuele verhoging hierbij past.