3.2.1 Opbouw van het IKB

  1. Het IKB wordt per kalendermaand als volgt opgebouwd:
    a. met 8% van het voor de werknemer in die maand geldende salaris en toelagen op basis van paragraaf 3.3 en compensatie werk met bijzondere eisen (artikel 3.4.13). Dit bedrag kan niet lager zijn dan de wettelijke minimum vakantietoelage;
    b. met 12% van het voor de werknemer in die maand geldende salaris.
  2. Voor de werknemer:
    a. die voor 1 januari 2009 een aanstelling of arbeidsovereenkomst bij een werkgever heeft die sinds dat moment nog ononderbroken voortduurt en die geboren is tussen 31 december 1954 en 1 januari 1960 wordt het niet-pensioengevende IKB verhoogd met 0,83%;
    b. die voor 1 januari 2009 een aanstelling of arbeidsovereenkomst bij een werkgever heeft die sinds dat moment nog ononderbroken voortduurt en die geboren is voor 1 januari 1955 wordt het niet-pensioengevende IKB verhoogd met 1,22%.